Health Deal: preventie & zelfredzaamheid met eHealth

Op 15 maart werd de Health Deal Stimulering Gezondheid door Persoonlijke Preventie via eHealth ondertekend. Met deze Health Deal beloven de 14 deelnemende organisaties zich in te zetten voor de toegankelijkheid van eHealth voor alle Nederlanders. De focus ligt hierbij op het gebruik van eHealth voor persoonlijke preventie.

Preventie & Zelfredzaamheid  

eHealth leent zich perfect voor preventieve zorg. Een goed voorbeeld is de proef waarbij COPD-patiënten thuis worden gemonitord. Het monitoringsysteem weet wanneer de patiënt meer klachten heeft dan normaal, waarbij direct een verbinding met de arts wordt opgestart. De verwachting is dat patiënten hierdoor vier tot acht keer minder naar het ziekenhuis hoeven.

Ook is eHealth heel geschikt om de zelfredzaamheid van patiënten te vergroten. Door eHealth staat de consument steeds meer centraal, waardoor consumenten ook steeds vaker hun gezondheid in eigen hand nemen. Zo kunnen patiënten via eHealth bijvoorbeeld labwaarden aan hun arts doorgeven of kijken hoe het met hun behandeling staat. Patiënten krijgen zo meer de regie over hun eigen zorg.

“Ik sta aan het roer van mijn medicijngebruik en ben me daar door MedApp ook veel bewuster van.” – Vera van den Heuvel (gebruiker MedApp)

Risico’s & Knelpunten

Toch kent eHealth ook bepaalde risico’s. Een voorbeeld is medicalisering, waarbij patiënten bepaalde verschijnselen zelf als ziekte definiëren. Dit heeft vaak onder- of overbehandeling tot gevolg. Ook krijgen ICT-bedrijven steeds meer macht en kunnen persoonlijke gezondheidsgegevens worden misbruikt.

Het grootste knelpunt is echter de toegankelijkheid van eHealth. Voor consumenten met beperkte digitale vaardigheden is het gebruik van eHealth soms lastig, waardoor zij achterlopen. Daarnaast is de financiering vaak een probleem. Dient de overheid, zorgverzekeraar, werkgever of de consument voor eHealth te betalen?

Oplossing & Cultuurverandering

De Health Deal werd ondertekend om bovenstaande risico’s en knelpunten te vermijden. Met Health Deals wil de overheid brede toepassing van effectieve zorginnovaties op weg helpen. Health Deals zijn dus afspraken tussen de overheid en verschillende andere partijen. Zo worden risico’s met betrekking tot privacy geminimaliseerd en wordt er samen gekeken welke partij wat gaat financieren.

De Health Deal Stimulering Gezondheid door Persoonlijke Preventie via eHealth lijkt een grote slagingskans te hebben. Maar liefst 14 organisaties zijn aangesloten, waaronder Menzis, de Hartstichting en Landelijke Huisartsen Vereniging.

Het ondertekenen van de Health Deal en de oprichting van het NeLL duiden op een mentaliteitsverandering bij professionals. eHealth krijgt zo een steeds vastere plek in het Nederlandse zorgstelsel, waarbij we er samen voor kunnen zorgen dat eHealth voor iedereen toegankelijk is.

Nieuwsbrief aanmelding




Het NeLL: een kwaliteitscontrole voor eHealth

Met eHealth valt veel winst te behalen op het gebied van preventie en zelfmanagement in de zorg. Een vaak voorzichtige houding van zowel zorgverleners als patiënten gooit echter roet in het eten. De oplossing ligt bij een goede kwaliteitscontrole, zo stellen een aantal zorgprofessionals. Een keurmerk is daarom vaak gewenst. Het Nationaal eHealth Living Lab  lijkt deze behoefte te gaan behartigen.

Risico’s eHealth             

eHealth draagt veel bij aan onze gezondheid. Het stelt ons bijvoorbeeld in staat meer de regie over onze zorg te nemen en kan helpen een bepaalde aandoening eerder te herkennen. Toch zijn er ook risico’s.

Consumenten die minder goed in staat zijn om te gaan met technologie lopen bijvoorbeeld het risico achter te blijven. Ook is er kans  op medicalisering, met onder- of overbehandeling als gevolg. Daarnaast krijgen ICT-bedrijven steeds meer macht en kunnen persoonlijke gezondheidsgegevens worden misbruikt.

eHealth kwaliteitscontrole       

Een kwaliteitscontrole is cruciaal om bovenstaande risico’s te vermijden, aldus zorgprofessionals. Cardioloog Jaap Jan Smit stelt bijvoorbeeld dat het voor zorgverleners lastig is om de bruikbare eHealth-toepassingen te onderscheiden van onbetrouwbare gadgets.

Ook hoogleraar Gezondheidspsychologie Lilian Lechner stelt dat de patiënt weinig overzicht heeft op wat goede eHealth-toepassingen zijn en wat niet. Wetenschappelijk onderbouwing van een toepassing is volgens haar daarom zeer wenselijk.

“Huisartsen zitten niet te wachten op honderden hartfilmpjes in hun inbox die patiënten thuis met een onbekende app hebben gemaakt. Tegelijkertijd weten patiënten ook niet waar te beginnen en wat betrouwbaar is.” – Jaap Jan Smit

Keurmerk eHealth        

Een keurmerk voor eHealth lijkt een logisch gevolg van kwaliteitscontrole. Vaak wordt gedacht dat het vertrouwen van een arts of patiënt in een eHealth-toepassing vanzelf komt als de toepassing een goedkeuringsstempel heeft. Toch waren eerdere pogingen tot zo’n keurmerk voor eHealth niet succesvol.

Volgens Jacco van Duiven, senior eHealth adviseur bij Nictiz, is zo’n keurmerk te kostbaar en te complex. Daarnaast moeten toepassingen die als medisch hulpmiddel worden aangemerkt een CE-markering hebben. Deze markering is een keurmerk op zichzelf.

Het Nationaal eHealth Living Lab          

Wat waarborgt de kwaliteit van eHealth dan wel? Volgens Jacco van Duiven zijn lijstjes gemaakt door patiëntverenigingen of beroepsverenigingen van zorgprofessionals goed bruikbaar. Hij noemt de GGD-appstore als voorbeeld, waar artsen een overzicht hebben gemaakt van apps voor patiënten.

Het Nationaal eHealth Living Lab (NeLL) is ook zo’n voorbeeld. LUMC-hoogleraar Niels Chavannes wil met het NeLL landelijke en regionale eHealth-iniatieven bundelen. Onder andere wordt gekeken naar welke gezondheidsapps ook daadwerkelijk nuttig en zinvol zijn.

Met de beoordelingen wil het NeLL een onafhankelijke Europese standaard zetten. Op die manier wordt de kwaliteit van eHealth-toepassingen voor zowel de zorgverlener als patiënt gewaarborgd. MedApp is al opgenomen in de GGD Appstore, maar hoopt ook zeker bij het NeLL in de smaak te vallen!

Nieuwsbrief aanmelding




De opkomst van eHealth: voorkomen is beter dan genezen

De gezondheidszorg loopt achter op het gebied van consumententechnologie. Verzekeraars en banken maken al jaren gebruik van technologie, maar de zorg nog niet. Toch wordt eHealth steeds belangrijker in het Nederlandse zorgstelsel. Een positieve ontwikkeling, want eHealth maakt consumenten niet alleen bewuster van hun eigen gezondheid, maar dringt ook de oplopende zorgkosten terug.

Kosten van de zorg

Het nieuwe regeerakkoord bevat veel wijzigingen met betrekking tot de zorg. De verwachte groei in de zorg moet namelijk met bijna twee miljard euro teruggedrongen worden. Dat is lastig, want waar 65-plussers nu verantwoordelijk zijn voor 43 procent van de zorguitgaven, zijn zij dat over twintig jaar voor 58 procent.

In ziekenhuizen is deze stijging al merkbaar. Vaak gaat het om mensen met meerdere aandoeningen. De behandelingen daarvoor zijn duur. Het Centraal Plan Bureau heeft berekend dat de zorguitgaven tot 2021 met bijna 5 procent per jaar stijgen. De economische groei leidt daarnaast tot groeiende zorgconsumptie, waardoor ook salarissen in de zorg hoger worden.

Terugdringen zorgkosten

Ondanks deze vooruitzichten verwacht de regering dat juist ziekenhuizen de zorgkosten met 5 procent kunnen remmen. Dat lijkt een moeilijke opgave, maar eHealth kan ziekenhuizen hierbij ondersteunen. Een voorbeeld is de proef waarbij COPD-patiënten thuis worden gemonitord. Inmiddels doen hier vijftien Nederlandse ziekenhuizen aan mee.

Het thuismonitoring-systeem heeft door wanneer de patiënt meer last heeft van klachten dan normaal. Bij zo’n signaal wordt direct een verbinding met de arts opgestart. Er wordt daarom verwacht dat patiënten die meedoen met de proef op jaarbasis zo’n vier tot acht keer minder naar het ziekenhuis hoeven. Dat bespaart niet alleen geld, maar ook veel energie voor de toch al vermoeide patiënten.

Preventieve zorg

Ook electronicaconcern Philips focust momenteel veel op digitale gezondheidszorg. “Bankieren is eigenlijk tegenwoordig alleen nog maar online bankieren. Voor de gezondheidszorg verwachten we een soortgelijke transitie”, aldus Egbert van Acht, CEO bij Philips Personal Health Businesses.

Van Acht denkt dat de consument de komende jaren steeds meer centraal komt te staan door de opkomst van eHealth. Hij stelt dat mensen hun gezondheid door de opkomst van apps meer in eigen hand willen nemen. “Voorkomen is beter dan genezen. eHealth speelt in op de behoeften van mensen. Waarom zou je drie weken moeten wachten op een afspraak met je dokter?”

Door het gebruik van eHealth kunnen dus zowel kosten worden bespaard als voorkomen. Zo krijgen we die stijgende zorgkosten wel omlaag!

Nieuwsbrief aanmelding




Vergrijzing: langer doorwerken met een slechter wordende gezondheid

De werkende populatie van Nederland vergrijst snel, waardoor er een groot tekort aan vakmensen ontstaat. De pensioenleeftijd komt steeds hoger te liggen om dit tekort tegen te gaan. Nederlanders moeten dus alsmaar langer doorwerken, maar kampen dan wel met een slechter wordende gezondheid. Technologie kan de gezondheid van deze mensen verbeteren, waardoor het ook fysiek mogelijk wordt om tot op hogere leeftijd te werken. eHealth wordt dus steeds belangrijker.

Vergrijzing

De bevolking van Nederland is geleidelijk aan het vergrijzen. Vergrijzing houdt in dat het aantal ouderen in de bevolking toeneemt. Op 1 januari 2016 telde Nederland bijna 3.1 miljoen personen van 65 jaar of ouder. Dit komt neer op 18 procent van de totale bevolking. Daarnaast is er sprake van zogenaamde ‘dubbele vergrijzing’. Dit houdt in dat binnen de groep mensen ouder dan 65 jaar, het aantal 80-plussers toeneemt.

De vergrijzing leidt tot grote personeelstekorten bij bedrijven. Uit onderzoek van ING blijkt dat de technologische industrie tot 2030 ongeveer 120 duizend mensen nodig heeft, waarvan 70 duizend vanwege pensionering en 50 duizend om de groei van industrie vast te houden. Om dit tekort tegen te gaan, is het belangrijk dat mensen fit en gezond genoeg zijn om langer door te werken.

Technologie

Lichamelijke beperkingen en ouderdomsziekten zorgen voor arbeidsongeschiktheid, wat het personeelstekort verergert. Technologische ontwikkelingen zijn gelukkig in staat het tij te keren. Kunstmatige intelligentie biedt bijvoorbeeld veel mogelijkheden bij het verlichten van vermoeiende routinetaken. Ook robotica biedt kansen, bijvoorbeeld wanneer een robot een oudere werknemer het zware werk uit handen neemt.

Hoewel er veel innovatieve technologie ontwikkeld wordt, blijft de toepassing hiervan in de zorg achter vergeleken met andere sectoren. Zorgaanbieders en zorgverleners ervaren onder andere belemmeringen in de bekostiging van de technologie en wet- en regelgeving. Het gebrek aan beheersing van digitale vaardigheden door zorgverleners en patiënten speelt ook een belangrijke rol bij het achterblijven van technologische toepassingen.

eHealth

eHealth is bij uitstek geschikt voor mensen om langer en plezierig te blijven werken. eHealth zorgt bijvoorbeeld voor ondersteuning bij een beperking, geeft coaching bij de uit te voeren taken, monitort de belasting of biedt veiligheid op de werkplek. Daarnaast helpt eHealth de medicatie of bloedspiegels in de gaten te houden én zorgt het voor regelmatige ontspanning door bijvoorbeeld bewegingsoefeningen.

eHealth biedt de werkende Nederlander dus comfort op maat onder eigen regie. Niet iedereen is gelukkig met de almaar verhoogde pensioenleeftijd, maar eHealth kan wel helpen daar het beste van te maken!

 

Nieuwsbrief aanmelding




 

 

Blended care: dé oplossing voor chronisch zieken

E-health vormt de perfecte aanvulling op zorg voor chronisch zieken. Dat stelt Esther Talboom-Kamp, die aan het Leidsch Universitair Medisch Centrum promoveerde op dit onderwerp. E-health is volgens haar vooral nuttig om zorgconsumenten de regie te laten behouden en ze te informeren over hun gezondheid. Blended care, een mix van traditionele zorg en e-health, lijkt daarom een goede oplossing voor chronisch zieken.

Chronisch zieken in Nederland

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu verwacht dat het aantal chronisch zieken in 2030 zal stijgen naar zeven miljoen. Deze stijging wordt ten eerste veroorzaakt door vergrijzing, oudere mensen krijgen immers vaker te maken met kwalen. Daarnaast wordt deze toename veroorzaakt doordat mensen eerder naar de dokter gaan: diabetici leven hierdoor bijvoorbeeld langer.

Om deze toename van chronisch zieken het hoofd te kunnen bieden, is het volgens Talboom-Kamp nodig om bestaande zorg met e-health aan te vullen. De behandeling bestaat dan uit face-to-face contact gecombineerd met online communicatie. Zorgconsumenten krijgen zo meer regie over hun gezondheid en zijn daarom sneller geneigd hun gedrag te veranderen.

“Het is mijn overtuiging dat e-health volop mogelijkheden biedt om de zorg en de diagnostiek beter en makkelijker toegankelijk te maken.”Talboom-Kamp

Het aanbieden van e-health

Uit het onderzoek van Talboom-Kamp bleek dat zorgconsumenten het meest gebruik maken van e-health wanneer het wordt voorgeschreven als een soort medicijn en ze er begeleiding bij krijgen. Ook het intensief trainen van de huisarts in het begeleiden van zorgconsumenten leidde tot meer gebruik.

Het is dus van belang dat e-health meer integreert met het Nederlandse zorgsysteem. MedApp is goed op weg: gebruikers kunnen medicatie bestellen bij hun apotheek, inname- en medicijninformatie delen met hun zorgverlener en de medicatieverificatie voor een ziekenhuisopname via de app regelen. Het lijkt er dus op dat integratie van e-health met het Nederlandse zorgsysteem steeds makkelijker gaat.

Zelfmanagement

Talboom-Kamp vergeleek ook de reguliere zorg met zelfmanagement. Zorgconsumenten in de zelfmanagementgroep prikten zelf hun bloedwaarden en pasten hun medicijngebruik aan met behulp van een e-health app. Het bleek dat zelfmanagement voor die gemotiveerde groep (mensen konden zelf kiezen of ze eHealth wilden) net zo goed werkte als de reguliere zorg.

Hieruit blijkt wederom het belang van zelfmanagement in de zorg. Eerder stelde het NIVEL echter dat er aanpassingen nodig zijn binnen het Nederlandse zorgsysteem om daadwerkelijk zelfmanagement te realiseren. Volgens hen is zelfmanagement pas echt mogelijk na een cultuurverandering bij professionals in de zorg. Talboom-Kamp zet met haar onderzoek in ieder geval een stap in de goede richting!

Nieuwsbrief aanmelding




De slimme pil: doorbraak of drama?

De Amerikaanse zorgautoriteit FDA keurde vandaag een pil goed die zijn eigen medicijninname registreert. De pil bevat een sensor waarmee af te lezen is of een zorgconsument de pil al ingenomen heeft. Deze informatie wordt via een pleister doorgegeven aan een smartphone. De eerste slimme pil is hiermee officieel op de markt, maar roept een aantal serieuze vragen op. Is de slimme pil een doorbraak of juist een drama in de consumentenzorg?

Therapietrouw

Een slimme pil die via de telefoon aangeeft of de pil daadwerkelijk is geslikt; het lijkt de oplossing tegen therapieontrouw. Zorgconsumenten met een chronische ziekte merken namelijk niet het directe effect van hun medicijnen.

Met een sensor worden zij er dan alsnog aan herinnerd hun medicatie in te nemen. De technologie zou mensen die moeite hebben met hun medicatie-inname dus kunnen helpen, aldus Laurien Rook, apotheker bij de KNMP.

Gedragsverandering

Het is echter de vraag of de slimme pil daadwerkelijk de therapietrouw verbetert. De slimme pil pakt immers alleen het gevolg van therapieontrouw aan, niet de oorzaak.

De pil biedt slechts een controle. Door het daadwerkelijke en onderliggende gedrag van zorgconsumenten te veranderen, kan daarentegen blijvende therapietrouw worden bereikt.

Psychiatrische aandoening        

De pil betreft Abilify MyCite en is bedoeld voor zorgconsumenten met een psychiatrische ziekte. Mensen met een psychiatrische aandoening staan echter vaak wantrouwend tegenover hun medicatie.

Het is daarom maar de vraag of mensen met een psychiatrische aandoening hun pillen wel innemen als het ook nog eens bijgehouden wordt door hun zorgverlener. Mensen die bewust hun medicatie niet innemen, zijn dus mogelijk ook meer gebaat bij een oplossing die hun gedrag verandert in plaats van deze pil.

Privacy en veiligheid                                   

Het bijhouden van de medicatie door zorgverleners brengt daarnaast problemen met de privacy met zich mee. Is het niet beter als de zorgconsument zelf kan kiezen welke informatie hij of zij wil delen?

Ook roept de slimme pil vragen op met betrekking tot de veiligheid van de zorgconsument. De informatie wordt via een pleister naar de telefoon gestuurd, maar het is niet duidelijk hoe en of dit signaal beveiligd is.

Zorg op maat

De slimme pil biedt potentieel ook veel voordeel voor de zorgconsument. De sensortechnologie kan worden gezien als onderdeel van een grotere ontwikkeling in de zorg, namelijk het bieden van zorg op maat.

MedApp werkt bijvoorbeeld samen met databedrijf Sentiance om gepersonaliseerde wekkers aan gebruikers te kunnen bieden. Deze wekkers gaan pas af wanneer de gebruiker dat het beste uitkomt.

Een ander voorbeeld van zorg op maat is een pil die meet hoeveel medicatie de zorgconsument nodig heeft en die hoeveelheid exact afgeeft. Maarten Merkx, onderzoeker aan de Technische Universiteit in Eindhoven, werkt aan die pil.

Zorgconsument centraal

De slimme pil zou eenzelfde richting op kunnen gaan als de pil van Merkx of kan bijvoorbeeld worden gekoppeld aan MedApp. De zorgconsument kan dan er dan zelf voor kiezen om zijn of haar gegevens te delen met de zorgverlener.

Zo wordt zorg op maat aangeboden zonder dat de privacy van de zorgconsument wordt geschonden. Zorginnovatie doen we immers niet alleen voor, maar ook zeker met de zorgconsument.

Dus is de slimme pil een doorbraak of drama? MedApp zegt doorbraak, mits er meer rekening met de zorgconsument wordt gehouden.

Nieuwsbrief aanmelding




Betrokkenheid de sleutel tot succes bij patiëntportalen?

Zelfregie is een belangrijk thema bij het vernieuwen van de zorg. Het aantal patiëntportalen in Nederland stijgt daarom snel. Inmiddels biedt een derde van alle ziekenhuizen in Nederland een portaal aan. Zorgconsumenten hebben met deze portalen bijvoorbeeld inzicht in hun medische gegevens en labresultaten. Uit onderzoek van Nictiz blijkt echter dat gemiddeld slechts één op de acht zorgconsumenten gebruik maakt van een online patiëntportaal.

Cijfers

Volgens het onderzoek heeft enkel de helft van de ziekenhuizen inzicht in het aantal zorgconsumenten dat gebruik maakt van hun patiëntportaal. Het aantal zorgconsumenten dat de afgelopen maand gebruik heeft gemaakt van een portaal ligt tussen de vijf en twintig procent.

Zorgconsumenten tussen de zestig en negenenzeventig jaar zijn het meest actief op het patiëntportaal. Zorgconsumenten jonger dan negentien of ouder dan tachtig zijn het minst actief.

MedApp

Naar aanleiding van dit onderzoek van Nictiz, heeft MedApp haar gebruikers ook een aantal vragen met betrekking tot patiëntportalen gesteld. Hieruit bleek dat veertig procent van de ondervraagden gebruik maakt van een patiëntportaal.

Dit betekent dat twee op de vijf gebruikers van MedApp patiëntportalen gebruikt, dus drie keer zoveel dan de ondervraagden uit het onderzoek van Nictiz.

Vooruitstrevend

Mogelijk zijn gebruikers van MedApp vooruitstrevender dan de gemiddelde zorgconsument, aangezien zij met technologie hun medicatie bijhouden. Een vooruitstrevende zorgconsument zal ook eerder gebruik maken van een innovatief patiëntportaal dan een conservatieve zorgconsument.

Vooruitstrevendheid zou dus kunnen verklaren waarom het percentage ondervraagden dat gebruik maakt van patiëntportalen hoger ligt bij MedApp dan bij Nictiz.

Betrokkenheid

Gebruikers van MedApp zijn daarnaast betrokken bij hun medicijngebruik, bijvoorbeeld door hun persoonlijke innameschema. Consumenten die betrokken zijn bij hun medicijngebruik en zorg in het algemeen, schakelen mogelijk ook eerder patiëntportalen in dan niet-betrokken zorgconsumenten.

Als betrokkenheid van zorgconsumenten kan worden gekoppeld aan het gebruik van patiëntportalen, kunnen ziekenhuizen daarop inspelen. Dit betekent wel dat ziekenhuizen er nu niet goed in slagen om consumenten betrokken te maken bij hun zorg.

Eén aanbieder

Via patiëntportalen worden alle zaken rondom de zorg aan de consument aangeboden. Dit betekent dat de zorgconsument informatie over zijn of haar persoonsgegevens, behandelplan, medicatie, resultaten, doorverwijzingen, afspraken, enzovoorts op één plek binnenkrijgt.

Dit zijn te veel zaken voor een zorgconsument om echt betrokken te kunnen raken. Daarnaast wordt alle informatie vanuit één zorgsysteem aangeboden, vaak het ziekenhuis. Dit betekent dat bijvoorbeeld afspraken bij de huisarts niet in het portaal staan weergeven.

Toekomst

MedApp richt zich voornamelijk op de medicatie van gebruikers, maar wel medicijnen die gebruikers vanuit verschillende instanties krijgen voorgeschreven. Zowel medicatie vanuit de apotheek, het ziekenhuis als de huisarts kan worden ingevoerd. Dit lijkt wel tot betrokkenheid te leiden.

Ziekenhuizen kunnen daarom proberen de informatiestroom in te perken en te schakelen met andere patiëntportalen. Dat zou ervoor kunnen zorgen dat consumenten meer betrokken raken en dus uiteindelijk meer de regie over hun eigen zorg nemen.

Nieuwsbrief aanmelding




Gesprekken opnemen met uw arts? Download MedApp!

Steeds vaker willen zorgafnemers het gesprek met hun arts opnemen. Niet gek, want uit onderzoek van het Zilveren Kruis blijkt dat mensen nauwelijks iets onthouden van wat de arts zegt. Minister Schippers riep zorgafnemers daarom vorig jaar op om hun consulten op te nemen. Op deze oproep volgden echter een hoop vragen van artsen over hoe ze met deze opnames om moeten gaan. Artsenfederatie KNMG kwam daarom met een handleiding.

Negatieve emoties

Slechts vier procent van de zorgafnemers neemt gesprekken met de arts op om later alles nog eens terug te luisteren. Veel mensen weten namelijk niet dat ze het gesprek mogen vastleggen, zo blijkt uit de enquête van het Zilveren Kruis onder bijna duizend zorgconsumenten.

Bijna de helft van de ondervraagden stelt verder dat de boodschap van de arts niet altijd overkomt en dat ze vaak vergeten dingen te vragen. Dat komt met name doordat zorgconsumenten gespannen en emotioneel zijn tijdens dit soort gesprekken.

Uit vervolgonderzoek van het Zilveren Kruis bleek vervolgens dat een kwart van de ondervraagden zich bij een behandelkeuze laat beïnvloeden door negatieve emoties. Een opname is erg nuttig omdat zorgafnemers bij emotionele gesprekken dan thuis alsnog de juiste keuzes kunnen maken.

Wantrouwen artsen

Artsen staan echter niet altijd open voor het opnemen van gesprekken. Ze zijn bijvoorbeeld bang voor juridische consequenties, omdat zorgconsumenten door opnames bewijslast kunnen verzamelen.

Ook kunnen artsen bang zijn dat hun gesprekken op het internet belanden. Niet geheel onterecht, want op sociale media zijn hier inderdaad voorbeelden van te vinden.

Anesthesist David Post stelt daarnaast dat artsen soms bang zijn dat ze te weinig informatie hebben gegeven of dat de opnames tegen de arts gebruikt gaan worden. “Maar de maatschappij verandert. We zijn er voor de patiënt en ik denk dat we ook moeten mee veranderen”, aldus Post.

KNMG

Om het wantrouwen van artsen weg te nemen, stelde de KNMG een leidraad op. “Ze moeten hun koudwatervrees overwinnen”, zegt voorzitter René Hérnan in het AD. Volgens Hérnan wil slechts vijf procent van de artsen echt niet meewerken aan het opnemen van de gesprekken.

Volgens de KNMG moet de leidraad artsen geruststellen. Zorgconsumenten mogen bijvoorbeeld nooit zonder toestemming een opname online publiceren en kunnen beter geen stiekeme opnamen maken.

“Meestal wil de patiënt het gesprek opnemen om ingewikkelde medische informatie op een rijtje te hebben. We vragen wel: meld het vooraf om de vertrouwens relatie goed te houden.” – René Hérnan

MedApp

MedApp biedt gebruikers via het medisch dossier al lange tijd de optie om gesprekken op te nemen. Deze gesprekken worden dan vervolgens in het dossier opgeslagen, waardoor de gebruiker al zijn of haar medicijninformatie bij elkaar heeft.

   

Bij MedApp zijn we dan ook erg enthousiast over deze leidraad van de KNMG. Wanneer zorgafnemers het gesprek met hun arts opnemen, leidt dat namelijk tot meer zelfmanagement in de zorg.

In die zin zijn we het bij MedApp helemaal eens met Post, die stelt dat het “in de tijdsgeest past dat mensen meer regisseur worden van hun eigen gezondheid”.

 

E-health: wetenschappelijk onderzoek én keurmerk vereist?

E-health toepassingen vereisen wetenschappelijke onderbouwing. Dat stelt Lilian Lechner, hoogleraar Gezondheidspsychologie, tijdens de drieëndertigste diesviering van de Open Universiteit in Heerlen. Ook is er volgens Lechner een keurmerk voor kwaliteit nodig, zodat de zorgconsument duidelijk kan zien welke toepassingen goed en werkzaam zijn.

Groot bereik

Volgens Lechner biedt de toenemende digitalisering van de maatschappij voor bijna elk aspect van het leven een digitale oplossing of toepassing. In het gebied van gezondheid wordt dit e-health genoemd.

E-health draagt bij aan efficiënte, betaalbare, toegankelijke én kwalitatief hoge zorg. Daarnaast biedt e-health zorgconsumenten de kans om meer regie over hun eigen gezondheid te nemen. Omdat het internetgebruik in Nederland hoog is, heeft e-health een zeer groot potentieel bereik.

E-health heeft volgens Skipr veel mogelijke toepassingen, bijvoorbeeld het geven van informatie, het bieden van ondersteuning en het geven van trainingen aan zorgconsumenten. E-health kan daarom bestaande zorg aanvullen, verbeteren én vervangen.

Therapietrouw

Ondanks dat e-health veel toepassingen kent, is er nog maar weinig bekend over welke toepassingen wel en niet goed werken. Dit wordt mede veroorzaakt doordat de meeste toepassingen niet wetenschappelijk zijn onderbouwd. MedApp probeert medicijngebruikers te helpen met therapietrouw, waar toevallig wél veel wetenschappelijk onderzoek naar is gedaan.

Zo heeft wetenschappelijk onderzoek bijvoorbeeld uitgewezen dat de therapietrouw van zorgconsumenten met tenminste twaalf procent toeneemt wanneer ze systematische herinneringen ontvangen. Het alarm van MedApp is een voorbeeld van zo’n herinnering.

Ander onderzoek wees uit dat therapietrouw wordt verbeterd wanneer zorgconsumenten betrokken zijn bij hun behandeling. MedApp realiseert betrokkenheid doordat gebruikers bijvoorbeeld zelf hun innamemomenten moeten afvinken en een dagboek met klachten kunnen bijhouden.

Advies op maat

De vakgroep Gezondheidspsychologie doet onderzoek naar de ontwikkeling, implementatie en evaluatie van e-health toepassingen. Hierbij wordt gekeken naar computer tailoring, oftewel de mate waarin advies op maat wordt gegeven.

Bij computer tailoring biedt een computer informatie en advies die goed passen bij de individuele kenmerken van een persoon. Dit lijkt deels op wat hulpverleners doen, maar dan voor veel meer zorgconsumenten tegelijk en tegen lagere kosten.

Computer tailoring omvat grotendeels de samenwerking tussen MedApp en Sentiance. Sentiance verzamelt data om inzicht te verkrijgen in het dagelijks gedrag van mensen. Uit deze data kunnen vervolgens patronen worden opgemaakt.

Voor gebruikers van MedApp die de onderzoeksmodule hebben aanstaan, betekent dit dat Sentiance bijhoudt op welke tijden ze bijvoorbeeld in de auto stappen. Wekkers die dan af zouden moeten gaan, gaan pas af wanneer de gebruiker uit de auto is.

Keurmerk

Volgens Lechner heeft de zorgconsument weinig overzicht op wat goede e-health toepassingen zijn en wat niet. Een keurmerk is daarom gewenst. Nictiz heeft aangegeven zo’n keurmerk te zien zitten, maar stelde ook dat het lastig is zoiets te realiseren. Digitale toepassingen bevinden zich namelijk vaak permanent in een testfase en worden dus voortdurend doorontwikkeld.

Alhoewel er in Nederland geen keurmerken zijn voor e-health toepassingen, zijn deze er wel voor ziekenhuizen en klinieken. Deze keurmerken worden bijvoorbeeld toegekend aan zorginstellingen die kwalitatief goede zorg leveren binnen een bepaald zorggebied. MedApp werkt sinds kort samen met het Slotervaartziekenhuis. Dit ziekenhuis is onder andere VMS-gecertificeerd en heeft het Groene Vinkje gekregen.

Lechner duidde natuurlijk op een ander soort keurmerk, maar het is goed om te weten dat de kwaliteit van de partijen waarmee MedApp samenwerkt in ieder geval is bewezen!

 

 

 

 

 

Uitdaging in de zorg: cultuurverandering professionals

Zelfregie van zorgconsumenten is een belangrijk thema bij het vernieuwen van de zorg. Zelfregie of zelfmanagement is het vermogen van mensen om hun aandoening zo goed mogelijk te kunnen inpassen in hun leven. De term houdt in dat mensen kunnen omgaan met hun symptomen en behandeling, maar ook dat ze hun leefstijl veranderen waar dat nodig is. Toch blijkt dat er niet alleen een aanpassing van zorgconsumenten nodig is, maar ook van zorgprofessionals.

Chronische zorgconsumenten

Met name bij chronisch zieken is zelfmanagement een essentieel onderdeel van hun zorg. Zelfmanagement omvat een breed scala aan activiteiten waarmee iemand bijdraagt aan de zorg voor zijn of haar ziekte.

Onderdelen van zelfmanagement zijn zelfbehandeling, zelfmonitoring, het coördineren van de eigen zorg en effectief communiceren met zorgverleners. Dit stelt een hoop eisen aan de zorgconsument en dus is ondersteuning van groot belang.

Zelfmonitoring

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat medicatie-inname zelf monitoren, registeren of interpreteren een krachtige impuls aan het zelfmanagement van mensen kan geven.

Door zelfmonitoring besteden mensen aandacht aan hun aandoening en worden ze zich bewust van signalen en symptomen. In combinatie met zelfregistratie kan deze bewustwording leiden tot blijvende gedragsverandering.

MedApp

MedApp is een applicatie bedoeld om medicijngebruikers meer grip op hun medicijngebruik te bieden. Gebruikers houden bijvoorbeeld overzicht op hun medicatie-innames, mate van therapietrouw, voorraad en klachten.

MedApp kan dus een grote rol spelen in zelfmanagement, zeker omdat bijna 85% van de gebruikers chronisch ziek is. Daarbij is de app gratis te downloaden en dus voor iedereen met een smartphone beschikbaar.

Onderdeel enquête MedApp onder gebruikers

Cultuurverandering

Om daadwerkelijk zelfmanagement te realiseren, zijn aanpassingen nodig binnen het Nederlandse gezondheidszorgsysteem, zo stelt het NIVEL.

Volgens verpleegkundig onderzoeker Betsie van Gaal is een bijdrage van zelfmanagementondersteuning met e-health interventies pas echt mogelijk na een cultuurverandering bij leidinggevenden en professionals in de zorg.

Het is belangrijk dat zowel zorgconsumenten als professionals vanaf het begin af aan betrokken zijn bij de ontwikkeling en toepassing van e-health oplossingen:

“Oefening en scholing alleen is niet voldoende. Een mentaliteitsverandering is noodzakelijk. Mede daarom is een goede implementatie van e-health-toepassingen zo belangrijk.” (Betsie van Gaal)

Uitdaging

Een volledige implementatie van e-health toepassingen blijkt echter vaak een uitdaging. MedApp beoogt bijvoorbeeld een volledige integratie in de farmacie, maar apothekers hebben vaak moeite met innovatie en werken dus niet altijd mee.

MedApp helpt nu al meer dan tienduizenden gebruikers per dag met het managen van medicatie. Hoeveel profijt zouden medicijngebruikers er dan van hebben als zorgprofessionals dit soort innovatie ook implementeren?