Arts aan het woord: Therapietrouw

4 minuten lezen

Therapieontrouw betekent dat een patiënt zijn of haar medicijnen niet inneemt zoals de arts dat heeft voorgeschreven. Dit zorgt voor een langer herstel of een grotere ziektelast, waardoor de patiënt vaker naar het ziekenhuis moet. Therapieontrouw heeft daarom enorme gevolgen voor de kosten van de gezondheidszorg. Het probleem is echter lastig op te lossen: controle is moeilijk en patiënten kunnen niet worden gedwongen hun medicatie in te nemen. Wij ondervroegen daarom een arts over hoe zij met therapieontrouw omgaat.

Kunt u uitleggen wie u bent en wat u doet?

Mijn naam is Renske van der Meer en ik ben longarts in het Haga Ziekenhuis in Den Haag. Ik behandel voornamelijk volwassen patiënten met cystische fibrose, beter bekend als taaislijmziekte. Cystische fibrose is erfelijk en veroorzaakt infecties aan de longen. De levensverwachting is kort, namelijk zo’n 45 jaar. Enige tijd geleden was de levensverwachting echter nog maar 20 jaar. Het ziektebeeld beperkt zich niet alleen tot de longen: ook andere organen, zoals de lever en alvleesklier, worden soms aangetast.

Behandelt u patiënten langdurig met medicatie?

Jazeker, patiënten met cystische fibrose, maar ook patiënten met astma en COPD. Kenmerkend voor deze longziektes is dat ze chronisch zijn en dus langdurig worden behandeld. Patiënten met cystische fibrose nemen een heel scala aan medicijnen, zoals antibiotica en slijmverdunners. Daarnaast gebruiken patiënten thuis vernevelingen: medicijnen die via een apparaat als damp worden geïnhaleerd. Nemen patiënten hun medicijnen niet, dan krijgen bacteriën in hun longen vrij spel. Patiënten lopen dan het risico op infecties en opname in het ziekenhuis.

In welke mate beïnvloedt therapietrouw de uitkomsten van uw patiënten?

Therapieontrouw is niet de enige bepalende factor, maar wel heel belangrijk. De patiënten die niet therapietrouw zijn, zijn meestal de patiënten die we het vaakst in het ziekenhuis zien. Het is echter lastig om ervoor te zorgen dat onze patiënten therapietrouw zijn. Wij behandelen patiënten vanaf hun 18de jaar, daarvoor zien ze alleen de kinderarts. Kinderartsen nemen patiënten nog wat meer bij de hand en daarbij zien ouders er vaak op toe dat hun kind therapietrouw is. Bij ons worden de patiënten geconfronteerd met hun eigen verantwoordelijkheden en proberen we ouders meer aan de zijlijn te krijgen. Deze zelfstandigheid is lastig als je 18 bent. Als kind wil je leuke dingen doen, maar je moet ook al je medicijnen bijhouden. Ik probeer ze bij deze transitie te begeleiden.

Hoe krijgt u inzicht in de therapietrouw van uw patiënten?

Ons ziekenhuis heeft een eigen apotheek waar de meeste patiënten hun medicatie ophalen. Ik kan dus controleren wanneer een patiënt voor het laatst zijn of haar medicijnen heeft opgehaald. Als die datum niet overeenkomt met de datum uit mijn eigen gegevens, dan lijkt de patiënt niet therapietrouw. In dat geval bel ik vaak met de apotheek om te overleggen. Omdat patiënten met cystische fibrose veel medicijnen gebruiken, zien zij de apotheker vaak. Op basis van het overleg met de apotheker plannen wij eventueel een consult in met de patiënt. In dat consult nemen we alles met betrekking tot de medicijnen van de patiënt door. Moet de patiënt lang nadenken over je vragen, dan valt hij of zij door de mand. Wanneer je iedere dag dezelfde medicijnen neemt, hoef je daar namelijk niet lang over na te denken. Ook als patiënten niet reageren op hun medicijnen, ga je na of ze alles innemen zoals het hoort.

Hoe gaat u om met patiënten die bewust hun medicatie niet innemen?

Dat blijft lastig. Patiënten die bewust hun medicijnen niet innemen, zijn vaak bang voor chronische medicatie of vinden andere zaken op dat moment belangrijker. Als je ze als arts daarvoor veroordeelt, is de kans groot dat patiënten niet meer eerlijk zijn. Dat moet je zien te voorkomen. Je wilt namelijk geen dure onderzoeken doen over waarom de medicijnen niet aanslaan, als de patiënt ze simpelweg niet inneemt. Een goede band met je patiënten is daarom heel belangrijk. Meestal probeer ik met een tussenoplossing te komen, een oplossing op maat. Het is soms een kwestie van geven en nemen.

Wat ziet u als belangrijke oorzaken van therapieontrouw bij uw patiënten?

Gebrek aan tijd, want iedereen heeft het druk. Patiënten willen niet bezig zijn met hun ziekte, ze willen gewoon hun leven leiden. Vergeten is daarom minder belangrijk, want patiënten kunnen een wekkertje zetten. Daarnaast zijn vervelende bijwerkingen een reden voor patiënten om hun medicijnen niet in te nemen, zoals een vieze smaak bij inhalaties. Een laatste belangrijke oorzaak is denk ik onbegrip, dat patiënten niet weten hoe ze hun medicatie moeten innemen en wat het doel van hun medicatie is.

Hoe zorgt u ervoor dat uw patiënt zijn of haar medicatie op de juiste manier inneemt?

Ik maak samen met de patiënt een behandelplan, waarbij ik de patiënt betrek bij de keuzes die ik maak qua medicatie. Daarbij houd ik rekening met de voorkeur van de patiënt, bijvoorbeeld het aantal pufjes op een dag. Het is belangrijk dat ik uitleg waarom ik bepaalde medicijnen voorschrijf, zodat de patiënt betrokken raakt bij de behandeling. Met veel aandacht kom je denk ik een heel eind. Daarnaast is het van belang om ook begrip te hebben voor de situatie van je patiënten. Als een patiënt een feestje heeft op een zaterdagavond, is het niet gek dat hij of zij geen zin meer heeft om daarna nog te vernevelen. Als je daar begrip voor opbrengt, is de patiënt eerder bereid om zich op andere dagen wel aan zijn of haar behandelplan te houden.

Denkt u dat eHealth kan helpen om therapietrouw te verbeteren?

Ja, zeker bij deze groep. Ik behandel veel jonge patiënten, die bijna altijd een telefoon op zak hebben. eHealth kan het voor deze patiënten gemakkelijker maken om therapietrouw te zijn, doordat zij bijvoorbeeld via hun telefoon medicijnen kunnen bestellen. Ik denk dat dat het belangrijkste is, om het voor patiënten zo eenvoudig mogelijk te maken om hun medicijnen in te nemen. Als patiënten zo min mogelijk aan hun ziekte hoeven te denken, zijn ze veel bereidwilliger om het behandelplan te volgen. Toch blijft de implementatie van eHealth in het ziekenhuis beperkt. De ideeën zijn er wel, maar de uitvoering van deze ideeën blijft achter. Artsen bedenken geregeld projecten waarbij eHealth centraal staat, maar helaas is er vaak onvoldoende ICT-ondersteuning om dit te implementeren. Er zijn wel een hoop veranderingen op dit gebied gaande, dus waarschijnlijk komt hier spoedig verandering in.

Dr. Renske van der Meer

Chronisch ziek? Zo gaat u daarmee om!

2 minuten lezen

Wist u dat op 1 januari 2016 8.8 miljoen Nederlanders chronisch ziek waren? Dat is meer dan de helft van onze bevolking. Iedereen gaat anders met zijn of haar aandoening om, maar makkelijk is dat nooit. Een moeilijke dag? Lees onderstaande blog dan eens door!

Chronisch ziek, wat betekent dat?

Wanneer wij spreken over een chronische ziekte is dat een aandoening waarbij over het algemeen geen uitzicht is op herstel. Het aantal chronisch zieken in Nederland stijgt, met name door vergrijzing. We worden steeds ouder en krijgen daarom vaker te maken met ouderdomskwalen. Relatief jonge mensen kunnen echter ook chronisch ziek zijn, bijvoorbeeld astma- en epilepsiepatiënten.

Er bestaan veel misverstanden over chronisch ziek zijn. Een chronische ziekte kan bijvoorbeeld levensbedreigend zijn, maar dat hoeft niet. Daarnaast kan één persoon meerdere chronische aandoeningen hebben (multimorbiditeit). In 2016 kwam multimorbiditeit voor bij 27% van de Nederlandse bevolking.

Tips & tricks

Niemand wil chronisch ziek zijn, maar helaas krijgen veel mensen er wel mee te maken. Bent u chronisch ziek? Dan kunnen onderstaande tips u misschien helpen om beter met uw aandoening om te gaan.

  1. Denk in kansen
    Dient u weleens zelf een infuus toe? Of voert u andere medische behandelingen thuis uit? Dat kost waarschijnlijk veel tijd en energie. Vervelend, maar daardoor hoeft u misschien wel minder vaak naar het ziekenhuis!
  2. Communiceer
    Het is belangrijk dat u duidelijk communiceert naar anderen hoe de situatie is en wat u wel of niet kan. Goede communicatie zorgt ervoor dat de ander geen ‘spoorzoeker’ wordt en zo kan een hoop frustratie worden voorkomen.
  3. Neem een baaluurtje
    De ene dag is moeilijker dan de andere, dat hoort erbij. Accepteer dit en neem even de tijd om eens goed te klagen en te mopperen. Dat lucht niet alleen op, ook uw eventuele partner weet zo dat u een mindere dag heeft.
  4. Trakteer
    Een positieve draai aan uw dag geven? Koop een kleinigheidje voor uzelf! Bijvoorbeeld iets speciaals voor bij het avondeten of een nieuw boek.
  5. Houd contact
    Voor de hand liggend, maar toch heel belangrijk: probeer zoveel mogelijk sociaal contact te onderhouden. Door vermoeidheid of pijn kan het verleidelijk zijn vaak op bed of de bank te gaan liggen, maar daardoor wordt uw wereld steeds kleiner. Sociaal contact helpt daartegen.
  6. Vraag om hulp
    Soms zijn er dingen die u niet alleen kunt doen. Hulp vragen is misschien lastig, maar dan wel noodzakelijk. Tip: koop iets lekkers en nodig diegene daarna uit voor een kop koffie (tip 4)!
  7. Blijf leuke dingen doen
    Zijn er dingen die u heel graag wilt doen, maar die veel energie kosten? Doe ze alsnog eens in de zoveel tijd. Plan zoveel mogelijk vooraf en bereid u zo goed mogelijk voor op de consequenties. U zult er met trots op terugkijken en daar nog lang van kunnen genieten!

Uw zorg zelf managen

Ook zelfmanagement kan veel bijdragen aan uw zorg. Zelfmanagement kan bijvoorbeeld helpen uw motivatie betreffende uw behandeling te vergroten, waardoor u minder vaak een beroep hoeft te doen op artsen. Zelfmanagement stelt u daarnaast in staat om uw aandoening zo goed mogelijk in uw leven in te passen.

Zelfmanagement is dus belangrijk, maar kan lastig zijn. In een eerdere blog gaven we daarom een aantal tips over hoe u uw eigen zorg kunt managen, bijvoorbeeld met MedApp. Zo kunt u in MedApp klachten scoren en daarmee zien of deze verminderen of verergeren. Ook kunt u eenvoudig nieuwe medicatie bestellen bij uw apotheek. Heeft u tips voor zelfmanagement? Laat ze achter in een reactie!